Foto docent Joost Cottyn

Het probleem is niet het Business Model Canvas, maar hoe teams het gebruiken

Het Business Model Canvas (BMC) bestaat al meer dan 20 jaar. Precies daarom wuiven sommige mensen het vandaag weg: “gedateerd”, “iets voor start-ups”, “te basic”. Maar dat oordeel is meestal fout. Docent bij SBM en expert Joost Cottyn licht in dit artikel toe waarom.

Het BMC is niet verouderd. De manier waarop we het gebruiken is verouderd. Veel teams vullen een canvas in alsof het een invulblad is, en proberen er daarna een pitch van te maken. Dat levert voorspelbare presentaties op: veel woorden, weinig scherpte, geen keuzes, en vooral: geen verhaal dat blijft hangen. En dan gebeurt het bekende patroon: je pitcht vol overtuiging… en na afloop zegt iemand: “Goed, stuur maar door. We bekijken het intern even.” Dat betekent vaak: onvoldoende duidelijkheid om te beslissen.

Het BMC (Business Model Canvas) is een 1-pagina overzicht van je businessmodel (waarde, klant, delivery, inkomsten/kosten).
Waarom het BMC niet als invuloefening, maar als alignment-tool gebruiken? Eén pagina die marketing, sales en service dwingt om dezelfde strategische keuzes te maken. Zo vermijd je dat marketing iets belooft, sales iets anders verkoopt en service achteraf de brokken lijmt.

Waarom pitches vandaag sneller afketsen

De lat ligt hoger dan vijf jaar geleden. Klanten zijn beter geïnformeerd, vergelijken sneller en prikken feilloos door oppervlakkige verhalen heen. AI versnelt het genereren van offertes en argumenten. Wat zeldzaam wordt, is niet informatie, maar heldere keuzes.

Daarom is een goede pitch vandaag geen “mooie presentatie”.

Een goede pitch is een beslissingsmachine: ze maakt duidelijk waarom dit belangrijk is, voor wie het werkt, wat het oplevert, en waarom jullie het kunnen waarmaken.

En precies daar is het BMC nog altijd extreem sterk in, als je het gebruikt waarvoor het gemaakt is: een model dat keuzes dwingt.

De #1 fout: starten met kanalen of activiteiten

De meeste BMC’s falen omdat teams beginnen op de verkeerde plek:

  • eerst “kanalen” (LinkedIn, ads, events),
  • dan “activiteiten” (campagnes, sales calls),
  • en pas ergens later “waarde” en “pijn”.

Maar een klant beslist niet op basis van je kanalen. Een klant beslist op basis van: “Los jij een probleem op dat ik belangrijk genoeg vind om nu op te lossen?” Daarom: als je het BMC wil gebruiken om te pitchen, volg dan niet “de 9 blokken”, maar een pitch-flow.

Bonus: deze flow haalt ook ruis uit de overdracht. Zodra “waarde”, “klantsegment” en “bewijs” op één pagina staan, stopt de klassieke discussie tussen teams over wat “kwaliteit” eigenlijk betekent.

De pitch-flow die wél werkt (midden → rechts → links)

Stap 1: Start in het midden: Value Proposition

Begin met de kern in gewone mensentaal:

  • Welke pijn los je op?
  • Voor wie is dat pijnlijk genoeg?
  • Wat verandert er na jouw oplossing?

Als je dit niet in 20 seconden kunt zeggen, gaat niemand luisteren naar de rest.

Stap 2: Rechterkant: maak het concreet voor de klant

Pas daarna ga je naar:

  • Customer Segment: wie exact? (niet “kmo’s”, wel “B2B SaaS met sales team 5–15” of “productiebedrijven met lange offertetrajecten”)
  • Channels: waar bereiken we hen?
  • Customer Relationships: hoe bouwen we vertrouwen en bewijslast?

Dit is waar je pitch geloofwaardig wordt. Je laat zien dat je weet hoe de realiteit werkt.

Stap 3: Linkerkant: bewijs dat het uitvoerbaar is

Daarna pas:

  • Key Activities: wat moeten we écht doen om dit te leveren?
  • Key Resources: wat is onze hefboom (mensen, data, tooling, expertise)?
  • Key Partners: waar leunen we op?

Hier toon je volwassenheid: je verkoopt geen droom, maar een uitvoerbaar model.

Stap 4: Sluit af met geld: Revenue Streams & Cost Structure

Eindig met de commerciële logica:

  • hoe verdien je geld (en waarom klopt dat met de waarde)?
  • wat kost het om te leveren (en waar zit je marge)?

Belangrijk: dit is niet “prijszetting”, dit is businesslogica.
Als je hier vaag blijft, beland je automatisch in prijsdiscussies.

Blad naast een laptop

 

Mini-case (zoals je ’m in de praktijk ziet)

Een team pitchte een nieuw aanbod met 12 slides: kanalen, features, planning, content, partnerships… De feedback na de meeting: “Mooi, maar wat is nu precies de kern? En voor wie werkt dit?”

Marketing had vooral kanalen en features uitgewerkt, sales miste een scherpe keuze in segment en ‘proof’, en service zag meteen waar verwachtingen later zouden botsen.

  • We herbouwden de pitch in één BMC-flow:
  • start met één pijn + één waardeclaim,
  • scherp klantsegment (wie niet is even belangrijk),
  • bewijs in activiteiten/resources,
  • sluit af met revenue/cost logica.

Resultaat: in plaats van “we bekijken het intern” kwam er één concrete beslissing: “Oké. Voor dit segment doen we een pilot. Dit zijn de 3 criteria voor succes.”

Dat is het verschil tussen presenteren en pitchen.

De 6-zinnen pitch-template

Wil je dit meteen testen? Gebruik deze template:
  1. Voor [klantsegment] is [pijn] vandaag een groei-rem omdat [impact].
  2. Wij lossen dat op door [waardepropositie] zodat [resultaat].
  3. Dit werkt vooral voor [wie wel] en niet voor [wie niet] (bewuste keuze).
  4. We brengen het naar de klant via [kanaal] en bouwen vertrouwen via [relatie/bewijs].
  5. Om dit te leveren doen we [2 key activities], met [1 key resource] en [partner] waar nodig.
  6. Het businessmodel klopt omdat [revenue logica] en [cost logica] elkaar versterken.
Als je deze 6 zinnen niet scherp krijgt, heb je nog geen pitch, je hebt enkel een beschrijving.

Waarom BMC wél "modern" is

Het BMC is niet modern omdat het nieuw is. Het is modern omdat het dwingt tot keuzes:

  • voor wie wel / niet,
  • welke waarde exact,
  • hoe bewijs je vertrouwen,
  • wat moet je kunnen om te leveren,
  • hoe klopt het commercieel.

In een tijd waar iedereen met AI een pitch kan genereren, is dat precies wat schaars wordt: heldere keuzes en geloofwaardige samenhang.
Dus ja: het Business Model Canvas verdient zijn plaats. Niet als invuloefening. Maar als pitch-machine én als alignment-tool tussen teams.

In T-shape gebruiken we dit soort modellen als alignment tools: marketing, sales en service worden gedwongen om dezelfde belofte en bewijslast te hanteren, zodat je geen ruis krijgt tussen belofte, verkoop en delivery.