Duurzaam inkopen: van ESG en Scope 3 naar slimme leverancierskeuzes
Duurzaam inkopen wordt strategisch. Ontdek hoe ESG, Scope 3, Vendor Rating en TCO helpen om leveranciers en ketenrisico’s beter te beheren
- TAGS
- INKOOP
Je wilt duurzamer inkopen, maar waar begin je als prijs, kwaliteit, risico en regelgeving allemaal meetellen? Volgens inkoopexpert Marie Van Aperen ligt een groot deel van het antwoord bij de leveranciersketen.
Duurzaam inkopen is al lang meer dan een extra criterium op een checklist. Inkoopafdelingen krijgen steeds meer verantwoordelijkheid voor thema’s als ESG, CO₂-uitstoot, circulariteit en sociale risico’s. Tegelijk moeten ze blijven waken over kosten, kwaliteit en leveringszekerheid.
En precies daar stropt het vandaag vaak: bedrijven hebben steeds meer rapportage- en dataverplichtingen, terwijl de nodige betrouwbare gegevens niet altijd beschikbaar zijn en inkoopprocessen nog sterk rond de laagste prijs zijn georganiseerd.
Volgens Marie Van Aperen, docent en expert in inkoop, is dat een belangrijke uitdaging. Want wie de impact van zijn organisatie wil verkleinen, kan moeilijk om de toeleveringsketen heen.
Inkoop heeft een sleutelpositie in de verduurzaming van organisaties. Een groot deel van de milieu- en sociale impact van een bedrijf ontstaat immers niet binnen de eigen muren, maar in de keten. Naar schatting ligt 70 tot 80% van de totale milieu- en sociale impact van een organisatie in de toeleveringsketen. Daarmee wordt de leveranciersketen ook steeds belangrijker in het kader van ESG en de rapportage over onder meer Scope 3-emissies.
Maar regelgeving is slechts één deel van het verhaal. Er zijn verschillende redenen waarom inkoop duurzaamheid niet langer als een optioneel thema kan behandelen:
Wet- en regelgeving: organisaties krijgen te maken met steeds strengere eisen rond duurzaamheid, transparantie en rapportering.
Commerciële druk: klanten verwachten vaker dat leveranciers aantoonbaar duurzaam werken.
Ketenrisico’s: grondstoffenschaarste, klimaatrisico’s en geopolitieke ontwikkelingen kunnen de continuïteit van de bevoorrading bedreigen.
Investeerders en kapitaal: ook financiële stakeholders kijken steeds kritischer naar ESG-prestaties.
Reputatie: problemen bij leveranciers kunnen rechtstreeks afstralen op het merk.
Kosten en innovatie: efficiënter materiaalgebruik, circulariteit en een lagere Total Cost of Ownership (TCO) kunnen op termijn net kostenvoordelen opleveren.
Veel organisaties hebben intussen wel duurzaamheidsambities. Het probleem ontstaat wanneer die ambities moeten worden vertaald naar concrete aankoopbeslissingen.
Welke gegevens moet je precies opvragen bij leveranciers? Hoe betrouwbaar zijn die gegevens? Welke KPI’s neem je op in een contract? En hoe vermijd je dat duurzaamheid uiteindelijk gewoon een extra administratieve laag wordt?
“De grootste kloof ligt vandaag tussen de ambitie en de operationele realiteit”, is de essentie van Marie Van Aperens analyse.
Bedrijven worden geconfronteerd met een toenemende rapportagedruk, maar beschikken niet altijd over betrouwbare data. Bovendien zijn aankoopprocessen en KPI’s vaak nog in belangrijke mate gericht op de laagste aankoopprijs. De oplossing ligt dus niet in nóg meer losse criteria. Wel in een andere manier van kijken naar waarde en risico.
Een duurzame leveranciersbeoordeling betekent niet dat de goedkoopste leverancier automatisch moet verdwijnen. Het betekent wel dat de aankoopprijs niet langer het volledige verhaal vertelt.
Een interessante manier om die bredere afweging te maken, is werken met Vendor Rating in combinatie met Total Cost of Ownership (TCO).
Bij TCO kijk je niet alleen naar wat een product of dienst bij aankoop kost, maar naar de totale kosten over de levensduur. Denk aan energieverbruik, onderhoud, vervanging, afvalverwerking en eventuele restwaarde. Een leverancier met een hogere aankoopprijs kan daardoor uiteindelijk voordeliger uitkomen.
Het uitgangspunt is duidelijk: duurzaamheid hoeft niet per definitie duurder te zijn. Door de totale waarde en kost van een oplossing te bekijken, ontstaan vaak andere keuzes dan wanneer alleen naar de aankoopfactuur wordt gekeken.

Een leverancier die beweert “duurzaam”, “circulair” of “klimaatneutraal” te zijn, levert daarmee nog geen bewijs. Voor inkopers betekent dat een belangrijke verschuiving: van algemene duurzaamheidsbeloftes naar meetbare, controleerbare criteria.
Marie Van Aperen raadt aan om in offerteaanvragen en contracten zoveel mogelijk te werken met concrete vragen, objectieve gegevens en waar mogelijk onafhankelijke verificatie.
Denk bijvoorbeeld aan deze vragen:
Kan de leverancier een gecertificeerde Product Carbon Footprint (PCF) of Environmental Product Declaration (EPD) voorleggen?
Welk percentage van het product bestaat uit post-consumer gerecycled materiaal? En kan dat worden aangetoond met een certificaat?
Welk deel van het product kan na de levensduur worden gedemonteerd voor hergebruik of recycling?
Kan de herkomst van kritieke grondstoffen worden getraceerd? Bijvoorbeeld tot op het niveau van land, mijn of plantage.
Hoe wordt gewaarborgd dat er geen sprake is van ontbossing of dwangarbeid?
En misschien wel de meest relevante vraag bij claims rond klimaatneutraliteit:
Is de geclaimde klimaatneutraliteit gebaseerd op werkelijke emissiereductie, of vooral op aangekochte CO₂-compensatie?
Dat soort vragen maakt duurzaamheid concreter. Niet de claim telt, maar de onderliggende data en de manier waarop die kan worden gecontroleerd.
Wie duurzaamheid alleen in algemene termen omschrijft, maakt het moeilijk om leveranciers ook effectief op te volgen. Daarom is het belangrijk om duurzaamheidscriteria te vertalen naar SMART KPI’s die tijdens de volledige contractduur kunnen worden gemeten.
Het voordeel? Duurzaamheid wordt geen eenmalige belofte bij de start van een contract, maar een onderdeel van de structurele leveranciersbeoordeling.
Dat is ook belangrijk voor Vendor Rating. Een leverancier moet niet alleen goed scoren op het moment dat het contract wordt afgesloten. De prestaties moeten ook daarna opgevolgd worden.

Duurzaam inkopen wordt soms vooral bekeken vanuit de milieu-impact. Maar volgens Marie Van Aperen gaat het breder.
Wie leveranciers en hun keten niet goed kent, loopt ook andere risico’s.
Een tekort aan grondstoffen kan productie stilleggen. Geopolitieke spanningen kunnen bevoorradingslijnen verstoren. Klimaatverandering kan de beschikbaarheid van bepaalde materialen beïnvloeden. Sociale problemen bij een leverancier kunnen dan weer juridische of reputatieschade veroorzaken. Daarom hoort ketenrisicobeheer steeds meer bij strategisch inkopen.
De vraag is niet alleen: “Wat kost deze leverancier?” Maar ook: “Hoe kwetsbaar is deze leverancier en hoe groot is het risico voor onze organisatie als er iets misgaat?”
Dat vraagt om een bredere leveranciersanalyse waarin prijs, kwaliteit, duurzaamheid, leveringszekerheid en risico samen worden bekeken.
Een organisatie hoeft niet eerst een volledig uitgewerkt duurzaamheidsbeleid te hebben om als inkoper stappen te zetten. Volgens Marie Van Aperen zijn er verschillende acties die weinig budget of formele beleidswijzigingen vereisen.
Neem bij een offerteaanvraag een eenvoudige extra vraag op:
“Bied naast de standaardoplossing ook een duurzamer of circulair alternatief aan, inclusief de meerwaarde en eventuele meer- of minderkost.”
Zo geef je leveranciers meteen ruimte om hun expertise en innovatie te tonen. Dat kan gaan om gerecycleerd materiaal, een lagere CO₂-uitstoot, een biobased oplossing of een refurbished alternatief.
Je hoeft niet meteen de volledige leveranciersportefeuille onder de loep te nemen. Begin met je top 5.
Vraag bijvoorbeeld:
Welke duurzame innovaties zien jullie binnen onze productgroep?
Welke verbeteringen laten we vandaag nog liggen?
Kunnen we onze logistiek verduurzamen?
Kunnen verpakkingen worden verminderd of hergebruikt?
Leveranciers beschikken vaak over kennis en marktinformatie die voor de aankoper bijzonder waardevol kan zijn.
Maak het jezelf niet onnodig moeilijk. Start niet noodzakelijk met de meest complexe categorie, maar kies een domein waarin duurzame alternatieven al beschikbaar, transparant en gecertificeerd zijn. Een geslaagde pilot kan vervolgens als voorbeeld dienen voor andere aankoopcategorieën.
Tot slot: kijk verder dan de initiële aankoopprijs. Een goedkope oplossing kan duurder uitvallen wanneer ze veel energie verbruikt, sneller vervangen moet worden of hoge onderhouds- en afvalkosten veroorzaakt. Door Total Cost of Ownership mee te nemen, ontstaat een vollediger beeld van de werkelijke kost.
De toenemende aandacht voor ESG, Scope 3 en duurzaamheidsrapportering maakt de rol van inkoop complexer. Maar tegelijk biedt ze ook een kans.
Inkoop zit immers dicht op de leveranciers, producten, diensten en processen die een groot deel van de impact en risico’s van een organisatie bepalen.
Wie duurzaamheid vertaalt naar concrete selectiecriteria, betrouwbare data, Vendor Rating, TCO en meetbare KPI’s, maakt van inkoop meer dan een kostenfunctie. Het wordt een strategische hefboom voor duurzaam inkopen, risicobeheersing en langetermijnwaarde.
Wil je je kennis van duurzaam inkopen, leveranciersbeoordeling, TCO en strategisch inkoopbeleid verder verdiepen? Bekijk dan het opleidingsaanbod van SBM rond inkoop en ontdek hoe je sterker onderbouwde aankoopbeslissingen maakt.
